Veelgestelde vragen in verband met systeem D

Is systeem E+ de nieuwe norm in residentiële ventilatie?

Is de EPB-regelgeving gewijzigd en bestaan er nu 5 toegelaten ventilatiesystemen voor residentiële toepassingen ?

Nee, er is geen wijziging in de EPB-regelgeving. Systeem E+ is een merknaam, het is niets meer dan een ventilatiesysteem C met vraagsturing (raamroosters, doorvoerroosters, afvoerventielen en een afvoerventilator) in combinatie met een warmtepomp.

Vanwaar het groot aantal E-peil punten winst bij dit systeem t.o.v. de andere ventilatiesystemen ?

De winst komt vooral door het feit dat men gebruik maakt van een alternatieve energiebron (warmtepomp) en heeft weinig te maken met kwaliteit van de ventilatie. Met een goed uitgevoerd ventilatiesysteem D wint men ook meer dan 20 E-peil punten. Trouwens, het E-peil is één factor. Denken we ook eens aan het dagelijks energieverbruik… Immers, bij een systeem C ( of systeem C met vraagsturing) komt de koude buitenlucht door de raamroosters rechtstreeks en onverwarmd in de leefruimtes. Die koude lucht moet opgewarmd worden door de verwarmingsinstallatie. Bij een systeem D wordt die lucht voorverwarmd door de warmterecuperatie tot op bijna de lokaaltemperatuur. Het is evident dat hierdoor verwarmingskost bij een systeem D gevoelig lager ligt.

Is bij dit systeem dan geen verwarmingsketel meer nodig aangezien de warmtepomp instaat voor warm water en CV ?​

Jawel, er is nog steeds een CV-ketel (bv. Gaswandketel) noodzakelijk omdat dit systeem een hybride systeem is.

Dit betekent dat de warmtepomp niet krachtig genoeg is om alleen in te staan voor de verwarming en er een bijkomende installatie noodzakelijk is om bij te springen.​

Bestaat er een systeem dat zelfregelend is, en dus niet ingeregeld moet worden? 

Een installatie die niet moet ingeregeld worden is in residentiële toepassing niet gebruikelijk omwille van de hoge kostprijs. Er bestaan kleppen voorzien van een meetkruis die dan via een regelsysteem volledig uitgebalanceerd worden doch dit wordt enkel toegepast in utiliteitsbouw.

Hoe berekent men de drukverliezen van PVC of flexibel?
 
Dit is in de praktijk heel moeilijk te bepalen. In een recht stuk flexibel kan dit nog, hiervan zijn er wel gegevens beschikbaar gesteld door de fabrikant. Bij bochten ligt dit heel wat moeilijker aangezien de drukval afhankelijk is van de kromtestraal van de bocht.
 
Is er een elektrostatische lading aanwezig op galva kanalen?
 
Galva kanalen worden, in tegenstelling tot kunststofkanalen, niet elektrostatisch geladen bij een ventilatie-installatie in werking.
De galva kanalen worden, cfr. het AREI, ook gekoppeld op de aarding van het elektriciteitsnet in de woning.
 
Bestaan er richtlijnen voor het reinigen van een kanalennet?
 
In België zijn er hier wettelijk nog geen regels voor. Wij denken dat een reiniging om de vijf jaar aangewezen is om een zuivere installatie te behouden.
Vooral de afzuigkanalen zullen vervuilen omwille van het stof dat in de woning aanwezig is. Bij goed onderhoud van de filters in de WTW zal de vervuiling van de toevoerkanalen eerder beperkt zijn. Over het onderhoud van een ventilatiesysteem D vindt u meer informatie in deze presentatie.
 

Scheelt het aantal E-peil punten veel bij het in correct inregelen van een balansventilatie?

Het inregelen van een systeem D heeft een invloed op de m-factor in de EPB-berekening. Een correct ingeregelde installatie kan, in combinatie met een goede luchtdichtheid van het kanalensysteem, leiden tot een E-peil vermindering van 8 punten.

Het is zelfs zo dat een installatie die perfect is ingeregeld, samen met een luchtdicht kanalennet en gecombineerd met een WTW-unit met hoog rendement een winst tot 20 E-peil punten oplevert. Bijkomende informatie over het inregelen van een ventilatiesysteem D vindt u in deze korte video.

Is het niet genoeg als we enkel de ventielen voorzien als toegang tot het kanalennetwerk voor de reiniging (dus geen T-stuk met deksel en ook geen reinigingsluik)?
 
Dit is afhankelijk van woning tot woning. In sommige gevallen zal het kanalentracé zo kunnen uitgevoerd worden dat er inderdaad geen bijkomende reinigingsopeningen noodzakelijk zijn.
Belangrijk is dat, bij uitvoering, de installateur zich de vraag stelt hoe de installatie binnen “x” aantal tijd zal gereinigd worden. Is ieder kanaalstuk bereikbaar?
 
Mogen dampkappen op het ventilatiesysteem?
 

Het is ten stelligste af te raden om een dampkap aan te sluiten op de ventilatie-installatie van de woning. Het vet uit de afgezogen lucht zal zich vastzetten op kanalen, ventilator en warmtewisselaar met alle gevolgen van dien. De afblaas van de dampkap dient zo snel mogelijk naar buiten afgevoerd te worden.

Bestaat er een programma om de drukverliezen in een kanalennetwerk te berekenen?
 
Met de meeste CAD-pakketten is dit mogelijk. De rekentool van Optivent maakt dit ook mogelijk. Anders dient dit manueel te gebeuren, gebruik makend van de gegevens ter beschikking gesteld door de fabrikant. Maar het kan ook manueel. We verwijzen hiervoor naar onze online productcatalogus waarin u per product de grafieken terugvindt waarop u de drukverliezen kan aflezen. Bij wijze van voorbeeld vindt u hier de link naar de online productfiche van een bocht BU 90.
 

Is het niet beter eerst te plakken pleisteren en dan pas de ventilatie te installeren? De binnenbepleistering zorgt immers voor de dichtheid van de bouwschil.

Indien hier van in het begin der werken rekening wordt mee gehouden dan is dit mogelijk. Dit zal uiteraard een aanpassing vragen in de manier van werken, o.a. bij het maken van doorboringen, maar kan wel degelijk zorgen voor een luchtdichter gebouw.

Hoeveel bedraagt de drukval over een vaste geluidsdemper?

Dit is moeilijk voor de vuist te zeggen, de drukval hangt immers af van het debiet, de diameter en het type geluiddemper. Bij een correcte dimensionering is de drukval in een klassieke ronde geluiddemper beperkt tot 2 à 5 Pa. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijzen we graag naar onze presentatie “Lekdichtheid en energieverliezen in ventilatiekanalen”.

Hoe regel je een MBB in?

De MBB plenumbox wordt ingeregeld d.m.v. de koordbediening, verbonden met de buisvormige regelklep. Het debiet wordt gemeten d.m.v. een drukverschilmeter na het ingeven van de k-factor.Hoe dit precies gebeurt, zie je in dit kort instructiefilmpje.

Als men het debiet van de WTW gaat aanpassen nadat de installatie is ingeregeld op het hoogste debiet. Is de inregeling over de ventielen dan nog correct?

Dit zal in de meeste gevallen nog correct zijn, d.w.z. dat de vermindering van debiet zich gelijkmatig over alle ventielen zal verdelen.

Het is wel aan te raden de debieten t.h.v. de ventielen te meten bij verlaagd regime, dit om een minimaal noodzakelijk debiet in het lokaal te garanderen.

Mogen de kanalen rechtstreeks in de chape?

De galva kanalen mogen rechtstreeks en onbeschermd in de chape geplaatst worden. Er zal enkel corrosie optreden mocht de chape continu vochtig zijn, wat in een normale situatie niet het geval is.

Debieten kunnen toch niet overal exact behaald worden?

Het is inderdaad niet mogelijk om het exacte ontwerpdebiet in te stellen bij uitvoering. De norm vereist dat “minimaal het ontwerpdebiet” wordt gerealiseerd.Zorg er dus altijd voor dat het werkelijke debiet minstens even groot is als het ontwerpdebiet en liefst iets groter.

Waarom zou men de WTW in een andere stand plaatsen (niet volledig verbruik) indien de debieten bepaald geweest zijn?

De ontwerpdebieten worden berekend cfr. de NBN D50-001 en zijn, in vergelijking met de ons omringende landen, aan de hoge kant.

Om zich behaaglijk te voelen wordt er een luchtdebiet van 22 m³/h per persoon aanbevolen. Hierdoor kan tijdens een “normale” dag het debiet van de WTW verlaagd worden. Dit komt het energieverbruik ten goede.

Komen enkel WTW units die in de WTCB databank voorkomen in aanmerking voor plaatsing in een systeem D?

Wettelijk gezien is dit niet noodzakelijk. Het is wel zo dat in de EPB-berekening het rendement van de WTW dient bepaald te worden cfr. NBN EN 308.

Alle WTW’s in EPB-databank voldoen hieraan. Bij andere toestellen is dit twijfelachtig en dient de EPB-verslaggever de echtheid van de meting te controleren.

Met wat en hoe dient een systeem D gereinigd te worden?

Een residentiële ventilatie-installatie wordt meestal gereinigd met behulp van een borstel die door de kanalen wordt geduwd terwijl een krachtige stofzuiger het vuil opzuigt. Belangrijk is toegankelijke kanalen te voorzien (inspectiedeksels, via de ventiel aansluiting, etc…).

Hoe gebeurt een luchtdebietmeting?

Zie film over inregelen van een installatie.

Wat is het voor- en nadeel van T-stukken ten opzichte van zadelstukken?

T-stukken hebben als grote voordeel dat ze luchtdichter zijn en ook ventilatie technisch beter dan een zadelstuk. Nadeel is dat ze duurder zijn.

Maar let op, een zadelstuk correct monteren is niet eenvoudig en heel tijdrovend wat uiteraard ook geld kost.

Zitten er ook regelkleppen in het volledige systeem?

Het gebruik van regelkleppen is afhankelijk van de drukverdeling binnen de installatie. Soms is het noodzakelijk deze te voorzien om het inregelen van de installatie mogelijk te maken en het correcte debiet aan een ventiel te behalen.

Volgens de EPB-berekening bepaal je eigenlijk ook een toestel dat overgedimensioneerd is. Is het dan niet beter het toestel te selecteren aan de hand van de debieten die men dagdagelijks zal gebruiken ipv de opgelegde debieten?

De wetgeving is hierin heel duidelijk, het moet mogelijk zijn om de ontwerpdebieten te realiseren. De WTW dient dus gedimensioneerd te worden op dit ontwerpdebiet.

Om het energieverbruik te beperken wordt best een regeling voorzien om dagdagelijks een lager debiet te verplaatsen afgestemd op het gebruik van de woning.

3.6m/h … moet dit echt gerespecteerd worden?

Jawel, staat zo vermeld in de NBN D50-001. Kijk voor bepaalde ruimtes in de tabellen voor de toegestane minima en maxima debieten.

Mag je een lekdichteidstest ook later uitvoeren (nadat de installatie volledig afgewerkt is)… om zo toch je E-peil punten te behalen indien je te kort hebt?

Het uitvoeren van een lekdichtheidstest is uiteraard ook mogelijk als de installatie volledig is afgewerkt. Dit zal echter iets meer werk vragen aangezien de ventielen dienen verwijderd te worden en de openingen afgestopt en de WTW-unit ook dient losgekoppeld te worden.

Bij een minder goed resultaat kan ook de oorzaak van het lek niet meer opgespoord worden. Daarom adviseren wij om de test uit te voeren onmiddellijk na het plaatsen van de kanalen als deze nog bereikbaar zijn. Hoe vlot een lektest op de werf verloopt met de Lindab Lektester LT600, zie je hier.

Moet er een meetrapport zijn?

Ja, er dient een meetrapport opgemaakt te worden en bezorgd aan de EPB-verslaggever.

Hoe kan men de drukval inregelen aan een ventiel?

De ventielen kunnen open of dicht gedraaid worden om zo de gewenste drukval te creëren noodzakelijk om het gewenste debiet te behalen.

Vergeet na inregeling het ventiel niet te borgen d.m.v. de moer voorzien op de achterzijde, zo vermijd je accidenteel wijzigen van het ingestelde debiet. Hoe men dit precies doet, ziet men in deze video.

Het dichtdraaien van een ventiel kan lawaaihinder veroorzaken?

Een ventiel dat bijna helemaal dicht is gedraaid kan inderdaad lawaaihinder geven (fluittoon) doordat de luchtsnelheid aan het ventiel te hoog wordt.

Om dit te vermijden kan een regelklep voor het ventiel geplaatst worden om de “grof regeling” te doen. Hoe men dit precies doet, ziet men in deze video.

Is een DRU regelklep lekdicht?

Zoals alle hulpstukken van Lindab is behaalt ook een DRU regelklep dichtheidsklasse C na montage.

Hoe meet je beperkt toegankelijke roosters? Bvb in de hoek van de kamer of roosters die langer zijn?

Die zijn in veel gevallen niet te meten en dit dient dus vermeden te worden.

Een mogelijke oplossing hiervoor is het plaatsen van een Iris-klep met meetnippels voor het rooster zodat hierover het debiet kan gemeten worden.

Kan een ventiel dicht bij de groep voldoende ingeregeld (gesnoerd) worden?

Dit dient bekeken te worden installatie per installatie. Dit is mogelijk indien de totale opvoerhoogte niet te groot is. In andere gevallen moet er een regelklep voor het ventiel geplaatst worden om een inregeling mogelijk te maken.

Wat kost een lekdichtheidsmeter?

De kostprijs bedraagt € 3.990,00 excl. BTW. U vindt meer informatie over de Lindab Lektester LT600 in de online productcatalogus van Lindab. Hoe de lekdichtheidsmeter gebruikt wordt zie je in deze korte video.

Waaraan moet men aandacht besteden om de stille werking van een ventilatiesysteem mogelijk te maken?

Akoestisch comfort is één van de moeilijkst te realiseren eisen in een installatie. Er is het ventilatorlawaai dat dient gedempt te worden maar ook de overspraak tussen twee lokalen kan hinderlijk zijn. Een correcte dimensionering van de installatie zal verhinderen dat er stromingsgeluiden optreden in de kanalen. Het plaatsen van geluiddempers kan voor de meeste problemen een geschikte oplossing zijn. Voor meer informatie over geluidsdemping in ventilatiekanalen verwijzen we graag naar een video uit één van onze workshops waarin we het akoestisch comfort in detail behandelen. Bijkomende achtergrondinformatie vindt u tevens in onze presentatie NBN S01 400 1 de norm voor akoestiek.

Heeft inspectieluiken monteren wel zin als deze later niet bereikbaar zijn?

Nee, dit is volledig zinloos. De bedoeling van deze inspectieluiken is immers toegang mogelijk maken tot de ventilatie-installatie. Als de luiken niet meer bereikbaar zijn dan is de toegang tot de kanalen niet meer mogelijk.

Dit zorgt dus voor problemen als men de installatie wenst te reinigen.

Bij meergezinswoningen met 2 afzonderlijke units: is hier een gemeenschappelijke aanzuig toegestaan?

Ja, dit is zeker toegestaan. Uiteraard dient deze correct gedimensioneerd te worden om een goede werking te garanderen. Let ook op met geluidshinder tussen beide woningen.

Op welke basis bepaal je de debieten om drukval in kanalen tracé te bepalen?

Het debiet in het te berekenen kanaal wordt bepaald door de aangesloten ventielen. De drukval wordt immers berekend bij de totale hoeveelheid lucht die door het kanaal stroomt, bij het eerste ventiel is dit het debiet van dit ventiel, vanaf het tweede ventiel dient dit debiet bij het eerste geteld te worden. Meer informatie kan men vinden in onze video “Drukverliesberekening in een systeem D. 

Waarom manuele regelkleppen ipv constant volumekleppen?

De meeste constant volumekleppen werken correct als er een voordruk beschikbaar is tussen 50 en 200 Pa. In een woning halen we deze druk niet altijd aangezien de WTW-units zo compact mogelijk worden uitgevoerd met kleinere ventilatoren (dan in vergelijking met utiliteit).

Daarom adviseren wij steeds manuele regelkleppen in een residentiële omgeving.​