C14 PAR. 2 Metalen kanalen

1. Technologische eig​enschappen van de te gebruiken materialen

1.1. Kwaliteit van het materiaal voor het kanaal

De kanalen worden vervaardigd uit de volgende materialen :

A) Gegalvaniseerde staalplaat volgens een procédé (Sendzimir of gelijkwaardig) waarbij de staalplaat geen beschadiging oploopt bij de fabricagebehandeling en de zinklaag niet scheurt of loskomt tijdens deze behandeling.

  • De kanalen en niet geperste stukken voldoen aan DX51 D (bending and profiling quality) volgens NBN EN 10346 met toleranties volgens NBN EN 10143.
  • De geperste stukken voldoen aan DX54 D (special deep drawing quality) volgens NBN EN 10346 met toleranties volgens EN 10143.

B) Chloorbestendig aluminium.

  • de kanalen en hulpstukken voldoen aan EN AW-5754 (ISO Almg3).

C) Roestvast staal

  • De kanalen en hulpstukken voldoen aan EN 1.4301 (AISI 304).
  • De gelaste kanalen en hulpstukken voldoen aan EN 1.4301 (AISI 304), de lasnaden moeten nabehandeld zijn.

D) Chloorbestendig roestvast staal

  • de kanalen en hulpstukken voldoen aan EN 1.4436 (AISI 316).
  • de gelaste kanalen en hulpstukken voldoen aan EN 1.4404 (AISI 316L), de lasnaden moeten nabehandeld zijn.

De versterkingsstukken, de flenzen, de dwarsstukken en de andere samenstellende elementen van de kanalen bestaan uit materialen van dezelfde aard die dezelfde behandeling hebben ondergaan als deze hierboven beschreven. Bij combinatie van metalen dient rekening gehouden te worden met het elektrisch potentiaalverschil tussen de twee metalen. Indien nodig dienen de metalen galvanisch gescheiden te zijn.​

1.2. Zinkkwaliteitsproeven voor kanalen uit gegalvaniseerd staal

Per levering op de werf dient door de aannemer een bewijs van beproeving afgeleverd te worden waaruit blijkt dat 5% van alle gegalvaniseerde luchtkanaalelementen (met inbegrip van de flenzen) van die levering effectief op zinklaagdikte beproefd zijn. Deze beproeving gebeurt steeds door middel van niet-destructieve metingen.

Het meettoestel dat hiervoor gebruikt wordt dient gekalibreerd te zijn volgens de voorschriften van de fabrikant en een minimale meetnauwkeurigheid hebben van 1μm. Het meest recente kalibratiecertificaat wordt ter inzage aan de leidend ambtenaar ter beschikking gesteld en is maximaal 1 jaar oud.

Per meetpunt worden er drie metingen in een maximale straal van 0,3 m van dit punt gedaan. Het resultaat per meetpunt is het gemiddelde van de drie metingen.

De beoogde zinkkwaliteit bedraagt 275 g/m2, hetgeen overeenkomt met een minimum zinklaagdikte van 20 microm per zijde. Elk resultaat (gemiddelde van drie metingen) vanaf 18 microm wordt echter aanvaard.

Indien de meetresultaten niet beantwoorden aan de hiervoor geformuleerde eis zal de aannemer kosteloos de volledige levering vervangen door een nieuwe levering die wel voldoet aan de vooropgestelde zinkkwaliteitseisen.

De bewijzen van beproeving worden voor de verwerking van het materiaal op de werf afgeleverd aan de leidend ambtenaar, die zich het recht voorbehoudt bijkomende proeven te laten doen door een extern organisme. Indien deze bijkomende proeven geen voldoening blijken te geven zijn de kosten ervan ten laste van de aannemer en dienen alle kanaalelementen uit die levering vervangen te worden.

1.3. Toepassing

 Indien het bijzonder bestek geen duidelijke materiaaleisen oplegt, zal de aannemer een keuze maken uit de materialen voorgeschreven in 1.1. in functie van de corrosie-categorie waarin de betrokken toepassing valt. Deze corrosie-categorieën worden in onderstaande tabel samengevat.


 

Corrosie-categorieën volgens ISO 12944-2

Corrosie categorie​

 Buitenomgeving

Toegestane materialen volgens 1.1.

 Binnenomgeving

Toegestane materialen volgens 1.1.​​

voo​rbeelden van typische omgevingen binnen een gematigd klimaat (informatief)​

voorbeelden van typische omgevingen binnen een gematigd klimaat (informatief)​​

​C1 zeer laag

verwarmde gebouwen met

zuivere atmosfeer

bv. Kantoren, winkels, scholen,

hotels

A/B/C/D​
​C2 laag

Omgeving met lage

vervuilingsgraad.

Overwegend rurale omgevingen

​A/B/C/D

onverwarmde gebouwen waar

condensatie kan optreden

bv. Opslagplaatsen, sporthallen
A/BC/D​
​C3 medium

Stedelijke en industriële omgeving

met gemiddelde

zwaveldioxidevervuiling

Kuststreken met laag zoutgehalte

in de atmosfeer

B/C/D​

productieruimte met hoge

vochtigheid en luchtvervuiling

bv. Voedingsindustrie, wasserijen,

brouwerijen, zuivelindustrie
​B/C/D
​C4 hoog

Industriegebied

Kustgebieden met gemiddeld

zoutgehalte in de atmosfeer

​B/C/D

Chemische fabrieken,

zwembaden

scheepswerven in kustgebieden

​B/C/D
​C5-I zeer hoog (industrieel)

industriegebied met hoge

vochtigheid en agressieve

atmosfeer

​C/D

gebouwen of o​mgevingen met

bijna constante condensatie

of hoge mate van vervuiling

​C/D
​C 5-M zeer hoog (industrieel)

kustgebieden en offshore

gebieden met hoog zoutgehalte in

de atmosfeer

D​

gebouwen of omgevingen met

bijna constante condensatie of

hoge mate van vervuiling

D​

 Tab.  C14.2.-1​

1.4. Speciale beschermingen

1.4.1. Algemeenheden

Elke beschadiging die tijdens het fabricageproces berokkend wordt aan de bescherming van de onder

1.1. beschreven materialen, wordt hersteld door middel van een verf met dezelfde kenmerken als deze van de aangewende bescherming, of door een chemische behandeling zoals beitsen en passiveren.

1.4.2. Kanalen in corroderende atmosfeer

Elk geval dient afzonderlijk beschouwd te worden in functie van de aard van de gassen of van de lucht met dewelke de kanalen in contact komen. De vereisten worden gepreciseerd in het bijzonder bestek.​