6. Kleppen

6.1. Algemeen

Regelkleppen worden enkel gebruikt voor het uitbalanceren van het ventilatiesysteem zodat de gewenste debieten gehaald worden in de diverse ventilatietakken. Ze mogen niet gebruikt worden als afsluitklep, enkel om af te regelen.​

De aannemer dient een voldoende aantal regelkleppen te voorzien, zodanig dat het hele luchtkanaalnet uitgebalanceerd kan worden. De aannemer plaatst alle nodige regelkleppen, ook al zijn ze niet aangegeven op de plannen of in het bijzonder bestek. Dit geeft in geen enkel geval aanleiding tot een meerprijs.

Afsluitkleppen worden gebruikt voor het afsluiten van een kanalennet. Ze dienen te voldoen aan de in het bijzonder bestek opgegeven dichtheidsklasse over het klepblad met waarden 1, 2, 3 of 4 volgens NBN EN 1751; zie onderstaande figuur (Fig. C14.1.-2).

 
 
Fig. C14.1.-2

Iedere klep met handbediening is voorzien van een bedienings-, vastzet- en standaanwijzingsinrichting die buiten het kanaal geplaatst is en wel zodanig dat de eventuele thermische isolatie niet onderbroken wordt; alle uitwendige delen moeten bereikbaar blijven na het aanbrengen van de isolatie.

De bewegende delen, assen, bedienings- en vastzetinrichtingen, bevestigingen van de afsluitbladen zijn van roestvast metaal (koper, brons, roestvast staal, verchroomd staal, gegoten aluminium) of van gegalvaniseerd staal.

De lagers mogen van kunststof zijn indien de luchtdichtheid gegarandeerd blijft.

Bij geen enkel soort klep wordt klepperen van het bewegende deel geduld.

6.2. Rechthoekige kleppen

De rechthoekige kleppen dienen te voldoen aan de opgegeven luchtdichtheidsklasse B,C of D zoals beschreven in punt 3 “Dichtheid” van deze paragraaf.

6.2.1. Kleppenregisters

 De kleppen zijn van het type met meervoudige schoepen van aluminium. Ze zijn gemonteerd op kogellagers of lagers in synthetisch materiaal en sluiten volgens de opgegeven klasse in het bijzonder bestek (bij ontstentenis klasse 3 volgens NBN EN 1751; zie Fig. C14.1.-2). Daartoe zijn de schoepranden voorzien van dichtingsstrippen van niet verouderend elastisch materiaal.

De schoepen hebben een speciaal profiel om een geruisloze doorstroming van de lucht en om, in het voorkomend geval, een zo lineair mogelijke variatie van de luchtstroom bij de openings- of sluitingsbeweging te bekomen.

6.2.2. Rechthoekige regelkleppen

De kleppen met enkelvoudig blad zijn slechts toegelaten wanneer de kanaaldoorsnede niet groter is dan 0,36 mÇ. Het afsluitblad van de klep mag in geen enkele stand buiten het kanaal uitsteken.

6.3. Ronde kleppen

De ronde kleppen dienen te voldoen aan de opgegeven luchtdichtheidsklasse B, C of D zoals beschreven in punt 3 “Dichtheid” van deze paragraaf.

6.3.1. Ronde afsluitkleppen

Ronde afsluitkleppen bestaan uit een vol klepblad met een dichting van niet verouderend elastisch materiaal rondom het klepblad

Ze zijn gemonteerd op kogellagers of lagers in synthetisch materiaal en sluiten volgens de opgegeven klasse in het bijzonder bestek (bij ontstentenis klasse 3 volgens NBN EN 1751; zie Fig. C14.1.-2).

6.3.2. Ronde regelkleppen

Ronde regelkleppen bestaan uit een afgesneden klepblad zodat zelfs in gesloten toestand een debiet wordt gewaarborgd waardoor de inregeling van het debiet minder gevoelig is aan minimale wijzigingen in de stand van de klep.

6.3.3. Iris regelkleppen

 Wanneer volgens het bijzonder bestek zeer strikte eisen gesteld worden aan de geluidsproductie van de klep, de centrische flow, het volledig openen van de klep voor reiniging, of indien meetnippels dienen geïntegreerd te zijn in de klep, dan kan voor een irisklep gekozen worden.

Er dient bijzondere aandacht besteed te worden aan de correcte plaatsing van de iris regelklep (Zie Fig. C14.1.-3).

 
Fig. C14.1.-3​
 

Indien voor het reinigen de klep volledig wordt geopend, moet na het reinigen de klep terug op de originele stand geplaatst worden. De klep dient hiertoe met een duidelijke externe standaanwijzingsinrichting uitgerust te worden.​